Nederland loopt met voedingsadviezen achter op buurlanden

Denemarken en Duitsland adviseren veel minder consumptie van vlees en zuivel.

Duitsland Denemarken voedingsadviezen

In Nederland adviseert de Gezondheidsraad een eetpatroon van 60 procent plantaardige en 40 procent dierlijke eiwitten. Supermarkten hebben die doelstelling overgenomen. Jumbo stopt zelfs met aanbiedingen en kortingen op versproducten om de overconsumptie van vlees te ontmoedigen. Ook grote cateraars hebben beloofd om hun plantaardige verkoop te vergroten.

De overheid houdt echter vast aan een eiwitbalans van 50/50 in 2030. Terwijl onze buurlanden veel verder gaan. Denemarken en Duitsland zetten beide in op een grotendeels plantaardig dieet. Beide landen kijken daarbij niet alleen naar hoeveel dierlijk en hoeveel plantaardig eten gezond is voor mensen, maar ook naar de impact van voedselproductie op het klimaat en de natuur. Een ongezonde leefomgeving heeft immers ook een weerslag op onze gezondheid.

Ines Kostić, Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren (PvdD), heeft het kabinet gevraagd of het niet tijd is om in Nederland hetzelfde te doen?

Denemarken

Het voedingsadvies van de Deense overheid is om vooral plantaardig te eten:

Wanneer je plantrijk, gevarieerd en niet te veel eet, is dat goed voor zowel je gezondheid als het klimaat.

Denen zouden niet meer dan 350 gram vlees per week moeten eten, en vooral rood vlees moeten laten staan. In Nederland adviseert het Voedingscentrum maximaal 500 gram vlees per week, waarvan maximaal 300 gram rood vlees.

Rundvlees heeft verreweg de grootste klimaatimpact van alle eiwitbronnen. Volgens Milieu Centraal veroorzaakt de productie van één kilo rundvlees meer dan 31 kilo CO₂-uitstoot. Voor kip is dat 11 kilo, voor een vegaburger 4,5 kilo. Het Diabetes Fonds en het Voedingscentrum waarschuwen ook dat mensen die veel rood vlees eten een hoger risico lopen op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.

De Denen kiezen liever voor vis: twee in plaats van één keer per week. In zowel Denemarken als Nederland is het advies om twee eieren per week te eten.

Het Voedingscentrum raadt aan om minstens één avond per week bonen, kikkererwten of linzen te eten. De Denen zijn daar enthousiaster over: die adviseren 100 gram peulvruchten per dag:

Peulvruchten en noten zijn goede keuzes als je gezond wilt eten. Wanneer je plantrijk en gevarieerd eet, zijn peulvruchten, noten en zaden goede bronnen van eiwitten en andere voedingsstoffen. Tegelijkertijd behoren peulvruchten tot de voedingsmiddelen met de laagste klimaatvoetafdruk.

Duitsland

De Duitsers gaan nog een stapje verder:

Wie voornamelijk fruit en groenten, volkoren granen, peulvruchten, noten en plantaardige oliën eet, beschermt niet alleen zijn gezondheid. Een plantaardig dieet is ook goed voor het milieu.

Het Duitse voedingscentrum adviseert maximaal een kwart dierlijke producten. 300 gram vlees en één ei per week zijn genoeg. Dat is een halvering ten opzichte van het vorige advies in Duitsland.

Ook het advies voor zuivel is in Duitsland verlaagd: van drie naar twee porties per dag, zoals een glas melk, een kopje yoghurt of een stuk kaas. Eén keer vis bij het avondeten is voor de Duitsers voldoende, twee keer het maximale.

Minder, maar nog steeds te veel dierlijk

De Gezondheidsraad concludeerde vorig jaar dat de meeste Nederlanders gebaat zijn bij minder vlees- en zuivelconsumptie. Het levert ook milieuwinst op en voorkomt dierenleed. Immers, minder dierlijke consumptie betekent dat er minder dieren worden opgehokt met minder emissies van broeikasgassen en stikstof tot gevolg.

Nederlanders slaan steeds vaker een avondje vlees over. Een kwart van alle hoofdmaaltijden die in 2023 werden genuttigd, was vegetarisch, blijkt uit onderzoek van het CBS, het RIVM en het Voedingscentrum.

Toch is nog 57 procent van onze eiwitconsumptie dierlijk en 43 procent plantaardig. Ook eet maar 10 procent van alle Nederlanders dagelijks de aanbevolen hoeveelheid groente en fruit.

Overheid moet actieve rol nemen

Burgers willen dat de overheid meer doet, bleek vorig jaar uit een onderzoek van de Dierencoalitie en ProVeg. Zo wil driekwart van de Nederlanders dat de overheid de ontwikkeling van alternatieven voor dierlijke producten stimuleert. Uit cijfers van ProVeg blijkt dat tussen 2018 en 2021 juist 71 keer meer subsidie werd verstrekt aan vlees en zuivel dan aan plantaardige en gekweekte alternatieven: 2 miljard tegenover 28,7 miljoen euro.

Onderzoek van NewForesight bevestigt dat de overheid een actieve rol moet nemen. Het is niet genoeg om de consumptie van plantaardige producten te stimuleren; vlees- en zuivelconsumptie moet actief worden teruggedrongen.

  • Dat kan met financiële prikkels, bijvoorbeeld door de btw op plantaardige producten te verlagen of af te schaffen en een vleesbelasting in te voeren. Het kabinet-Rutte IV heeft het tegenovergestelde gedaan: de verbruiksbelasting op plantaardige melkvervangers verhoogd van 8 naar 26 cent per liter terwijl koemelk van de belasting is uitgezonderd.
  • De overheid kan het Voedingscentrum vragen om de Schijf van Vijf te herzien, en daarin niet alleen humane gezondheid maar ook de gezondheid van dieren en de leefomgeving mee te wegen. Precies waar Kostić van de PvdD naar heeft gevraagd.
  • Nederland loopt voorop in de innovatie van dier- en slachtvrije eiwitten, zoals (precisie)fermentatie en kweekvlees. Laat nu al onderzoek uitvoeren naar nieuwe toeleveringsketens en de rol van boeren in de productie van alternatieve eiwitten om die koploperspositie te behouden. Ook kunnen bedrijven (nauwer) worden betrokken bij internationale handelsmissies en kan de overheid optreden als ‘launching customer‘ van gefermenteerde en gekweekte eiwitproducten zodra die op de markt komen.
  • Overheidsinstanties zouden minstens in hun eigen catering en kantines meer plantaardige en minder dierlijke producten moeten aanbieden. Dan kan het ook scholen, verzorgings- en ziekenhuizen, en andere maatschappelijke instellingen aanspraken om dit goede voorbeeld te volgen.