Gemengde gevoelens na stemming Wet dieren: Geen concretisering, maar wel een stip op de horizon

Pas in 2040 moeten dieren in de veehouderij hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen.

Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een afzwakking van de Wet dieren, maar veehouders wel 2040 als deadline gegeven om hun stallen aan te passen aan de gedragsbehoeften van dieren in plaats van dieren aan de veehouderij. Een amendement van de Partij voor de Dieren (PvdD), dat per diersoort voorschreef waar een dierwaardige veehouderij aan moet voldoen, kreeg geen meerderheid.

‘De Dierencoalitie is zeer teleurgesteld dat het PvdD-amendement niet is aangenomen,’ zegt directeur Sandra Beuving, ‘maar dankzij een amendement van D66 en VVD is nu wel een stip op de horizon gezet.’

Het amendement van Tjeerd de Groot (D66) en Thom van Campen (VVD) is minder concreet, maar verankert wel de deadline van 2040 in de wet. Tegen die tijd moeten alle stallen voldoen aan de uitgangspunten van een dierwaardige veehouderij.

Beide amendementen waren ingediend om te voorkomen dat minister van Landbouw Piet Adema (CU) de dierwaardige veehouderij helemaal uit de wet zou halen.

Amendement-Vestering vervangen

In 2021 namen de Tweede en Eerste Kamer een amendement op de Wet dieren van Leonie Vestering (PvdD) aan, die het verbiedt om dieren pijn of letsel toe te brengen, dan wel in hun gezondheid of welzijn te benadelen, met als doel ze op een bepaalde manier te huisvesten. Hiermee kwam de intensieve veehouderij op losse schroeven te staan.

Bij het aantreden van het kabinet-Rutte IV gaven VVD, D66, CDA en CU de Dierenbescherming, boeren, ketenpartijen en supermarkten de opdracht om het amendement invulling te geven met een convenant. De onderhandelingen over dit Convenant dierwaardige veehouderij liepen vorig jaar vast.

Adema stelde daarop voor het amendement weer uit de wet te halen en de minister de bevoegdheid te geven om een dierwaardige veehouderij in te vullen met algemene maatregelen van bestuur.

Teleurstelling

De eerste maatregelen van bestuur die Adema naar de Kamer zond, stelden veel partijen teleur. Zo zou de bezettingsgraad voor opfokleghennen worden verlaagd van 21 naar 18 per vierkante meter en mochten biggen vier dagen langer bij hun moeder blijven. Pas in 2026 zou een begin worden gemaakt met het uitfaseren van het ‘couperen’ (afsnijden) van biggenstaarten.

Ook beloofde de minister de regels voor daglicht in nieuwe stallen te zullen ‘aanscherpen’ en wilde hij een ‘eerste stap’ zetten om kalveren een week langer op de boerderij van hun geboorte te laten opgroeien.

In een rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden wezen Beuving en Anne Hilhorst van Wakker Dier erop dat dieren in het voorstel van Adema zouden worden overgeleverd aan de grillen van de politiek. Een volgende minister zou de maatregelen immers kunnen uitstellen of terugdraaien.

Concreet

Het amendement-Vestering kwam om kritiek te staan, omdat het te ‘vaag’ was. De PvdD diende daarom een alternatief amendement in, dat puntsgewijs voorschrijft wat een dierwaardige veehouderij betekent. De partij baseerde zich daarbij op de Zienswijze Dierwaardige Veehouderij van de Raad voor Dierenaangelegenheden, die zes voorwaarden stelt: erkenning van de intrinsieke waarde en de integriteit van het dier, goede voeding, een goede omgeving en goede gezondheid, het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag en een positieve emotionele toestand.

Kippen moeten bijvoorbeeld een nest kunnen maken, eenden moeten toegang hebben tot open water, runderen moeten sociale banden kunnen onderhouden in een kudde die varieert in leeftijd en varkens moeten kunnen wroeten in de grond.

Dat vonden de minister en rechtse partijen weer te véél detail. Esther Ouwehand, fractievoorzitter van de PvdD, reageerde vorige week tijdens het wetgevingsoverleg op die kritiek:

Was het maar waar dat het niet nodig is om het zo specifiek in de wet te zetten voor de dieren.

D66 en VVD dienden een eigen amendement in, dat de zes leidende principes voor dierwaardigheid in de wet verankert zonder die te concretiseren. Dat laat het amendement over aan de minister.

Wel stelt het amendement 2040 als deadline om een dierwaardige veehouderij te bewerkstelligen, hetzelfde jaar waar de convenantpartijen over spraken.

De VVD stemde in 2021 tegen het amendement-Vestering, maar Van Campen, de landbouwwoordvoerder van de partij, verdedigde het opnemen van een jaartal in de wet. ‘We zien ook wat er gebeurt als je dat niet doet!’

Wij willen die concrete stappen gezet hebben op het gebied van een dierwaardige veehouderij.

Stemmingen

De PVV stemde in 2021 voor het amendement-Vestering, maar schaarde zich dinsdag achter het compromis van D66 en VVD. Dion Graus stemde als enige PVV-lid voor het amendement-Ouwehand. In een hoofdelijke stemming kreeg de PvdD steun van 45 Kamerleden. 99 leden stemden tegen.

Een amendement van CDA en SGP om een ‘redelijke overgangstermijn’ voor veehouders aan de wet toe te voegen, kreeg ook geen meerderheid. Bijna de hele Kamer stemde wel voor een amendement van de ChristenUnie om de omschakeling naar een dierwaardige veehouderij deels te financieren uit het transitiefonds, waaruit ook maatregelen om de uitstoot van stikstof terug te dringen worden betaald.

De Dierencoalitie zal de komende jaren scherp in de gaten houden of de nodige stappen worden gezet om de deadline van 2040 te halen, zegt Beuving, en indien nodig politieke partijen aanspraken om woord te houden:

In 2040 moeten we dan eindelijk en daadwerkelijk een dierwaardige veehouderij hebben, waarin geen ingrepen meer worden uitgevoerd en alle dieren hun natuurlijk gedrag kunnen uitvoeren.