Geachte leden van de Tweede Kamer,

Deze week debatteert uw Kamer over de Begroting LNV. De visie van minister Schouten op de toekomst van de Nederlandse landbouw- en voedselsector zal in dit debat ook aan bod komen. De minister erkent de urgentie om de landbouw en visserij te herstructureren. Te lang hebben economische belangen en korte termijn denken de vorm en wijze van voedselproductie bepaalt wat ten koste is gegaan van dierenwelzijn, natuur en biodiversiteit[1]. De Dierencoalitie is het met de conclusie van de minister eens dat het huidige voedselsysteem uit balans is en de draagkracht van de aarde overschrijdt. Nadat wetenschappelijke autoriteiten zoals de WRR, PBL, Raad voor de Leefomgeving en maatschappelijke organisaties herhaaldelijk hebben gepleit voor een drastische herziening op het productiesysteem, omdat deze niet toekomstbestendig is, neemt deze minister de verantwoordelijk om deze transitie aan te kondigen. Wij zijn positief dat er binnen de visie expliciet aandacht is voor de bodem, natuurinclusieve landbouw en de herwaardering voor voedsel.

De Dierencoalitie heeft echter een aantal zorgen over het ontbreken van een aantal fundamentele aspecten in de visie van de minister. Deze zorgen hebben betrekking op de volgende zaken:

  • Geef kringlooplandbouw een definitie waarin de begrippen dierenwelzijn, natuur en ecologie verankerd zijn

Een kringloop is ook binnen het huidige landbouwsysteem snel gemaakt; het gebruiken van melkpoeder als restproduct van kaas voor kalveren zou men kunnen definiëren als zijnde kringlooplandbouw. Terwijl de kalverhouderij een tak is waar het antibioticagebruik, de uitstoot van geur, ammoniak en fijnstof hoog is en door de afname van weidegang een industrieel karakter heeft. De ellenlange kalvertransporten zijn ons een doorn in het oog.

De Dierencoalitie acht het onwenselijk om deze negatieve aspecten te verpakken in het frame kringlooplandbouw en daarmee politieke goedkeuring te geven aan een sector waarover de maatschappelijke kritiek hoog is. Wat de Dierencoalitie betreft is, kan kringlooplandbouw geen incrementeel onderdeel zijn van het huidige landbouwsysteem en mag dus ook geen rechtvaardiging bieden om het huidige systeem voort te zetten. Wij pleiten dan ook voor het opstellen van een integrale definitie en deze voor te leggen aan maatschappelijke klimaat-, natuur- en dierenwelzijnsorganisaties om het maatschappelijk draagvlak te toetsen.

  • Verspil niet langer de ecologische functie van dieren en laat dieren hun natuurlijk gedrag weer uitoefenen

Binnen de huidige landbouw en visserij worden dieren die in de natuur leven vooral gezien als schadeposten met als gevolg dat ze worden bestreden. ‘Schadelijke’ insecten worden bestreden met landbouwgif en de vos wordt beschuldigd van het leegroven van kippenhokken en de afname van weidevogels. De Dierencoalitie pleit om meer te kijken naar de ecologische functie van dieren; een landbouwsysteem waarin de natuur en haar inwoners worden omarmt in plaats van de dieren en de natuur als vijand te zien.

Dieren binnen het landbouwsysteem worden in de discussie over kringlooplandbouw vooral gezien als verwerkers van reststromen en producenten van organische mest. Hiermee gaan wetenschappers, politici en beleidsmakers voorbij aan de onmiskenbare functie die de natuur aan dieren gegeven heeft. Het huidige industriële systeem gebruikt zware machines om de akkers te ploegen. Deze zware tractoren verdichten de bodemstructuur, vernietigen het bodemleven waardoor de bodemkwaliteit verslechterd. Dit terwijl de natuur varkens inzet als ploegers van de bodem zonder dat zij daar schade aan toebrengen. Het inzetten van varkens op akkers is niet alleen beter voor het dierenwelzijn maar het bespaart ook fossiele brandstof, behoudt de natuurlijke structuur van de bodem en voorkomt dat onkruid gaat woekeren. Hetzelfde geldt voor kippen en runderen. Kippen scharrelen en zijn daarmee effectieve bestrijders tegen bepaalde insecten voor gewassen. Koeien bemesten en maaien het land.

Een transitie naar kringlooplandbouw vraagt om een einde te maken aan de verspilling van het natuurlijk gedrag en de ecologische functie van dieren, en dieren te verplaatsen van de stal naar het land.

  • Overheid, neem meer regie en laat minder aan de sector over

De minister zegt vertrouwen te hebben in de kracht van de samenleving om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. De Dierencoalitie heeft niet hetzelfde vertrouwen. In de laatste jaren is gebleken dat de sector onvoldoende in staat is om de maatschappelijke eisen, zoals bijvoorbeeld het beëindigen van het knippen van varkensstaarten, keizersneden bij dikbilrunderen of weidegang voor alle koeien te borgen middels zelfregulering. Dit geldt ook voor de visserij; in 2015 stond Nederland nog steeds op nummer 3 in de lijst van overbevissing[2] en initiatieven ten behoeve van vissenwelzijn komen in de sector maar moeizaam op gang.

De Dierencoalitie is van mening dat de transitie naar kringlooplandbouw alleen gaat lukken als de overheid een stevige rol inneemt in het opstellen van nieuwe spelregels. Zo zullen maatschappelijke kosten in de prijs van voedsel verwerkt moeten worden en maatregelen zoals een vlees- en zuiveltaks niet langer taboe meer zijn. 

  • Zorg ervoor dat de doelen in het klimaatakkoord, biodiversiteitsplan en voedselbeleid integraal op elkaar afgestemd zijn en verbind hier een tijdspad aan

De fosfaatregelgeving is het voorbeeld van een opeenstapeling van wetgeving en iedereen is het er over eens dat de effecten van het loslaten van de melkquota zeer negatief zijn geweest. Laat dit een les zijn voor de toekomst. Mits de overheid de klimaat- en biodiversiteitsplannen afstemt op het landbouw- en visserijbeleid, ligt hier hetzelfde risico op de loer. De Dierencoalitie stelt voor om onduidelijkheid in de visie weg te nemen door deze in een uitvoeringsagenda te koppelen aan duidelijke grenzen en doelen én een tijdspad voor de lange termijn. Dit betekent ook dat communicatie vanuit politiek en overheid richting de voedselketen eerlijk moet zijn waaronder toegeven dat een drastische inkrimping van de veestapel onvermijdelijk is in deze transitie.

Het motto van de minister bij de opzet van kringlopen is: ‘lokaal wat kan, regionaal of internationaal wat moet’. Naar onze opinie is voortzetting van internationale kringlopen gezien de enorme uitdagingen waar we als mensheid voor staan, moreel niet meer te verantwoorden. Immers als alle externaliteiten in de ketens worden meegenomen, bieden internationale kringlopen geen marginale kostenvoordelen. Om te voorkomen dat we bodem, water en grondstoffen uitputten en de temperatuur op aarde onaanvaardbaar verhogen hebben we vele en meer lokale kringlopen nodig.

  • Geef de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten een prominente plaats in de voedselvisie

De Dierencoalitie ondersteunt de visie van de Minister dat verkleining van onze landbouwsector via de koppeling van agrarische bedrijfsvoering en de grond die voor landbouw beschikbaar is, noodzakelijk is. Daarin steunt zij ook de visie op noodzaak om verspilling tegen te gaan en noodzaak van verduurzaming van de ketens door veevoeders in NL zelf te produceren. In de visie van minister Schouten ontbreekt echter de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten. De Dierencoalitie vindt dit opmerkelijk aangezien het Planbureau voor de Leefomgeving in 2016 al heeft aangegeven dat ’Het productieproces van plantaardige eiwitten zoals peulvruchten efficiënter is dan de productie van dierlijke eiwitten, waardoor grondstoffen optimaler worden gebruikt.’ Een verschuiving in het voedingspatroon naar minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten heeft tot gevolg dat er minder grondstoffen nodig zijn en past daarmee bij een circulair voedselsysteem (Rood et al., 2016). Andere landen zijn tevens bezig met klimaatafspraken van Parijs dus een matiging van vleesconsumptie zal mondiaal plaatsvinden om aan de klimaatdoelen te kunnen voldoen. De Dierencoalitie pleit er dan ook voor om de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten in de kringlooplandbouw een centrale positie te geven.

  • Bouw oude concepten af die hebben geleid tot het huidige industriële systeem

Het is onmogelijk om een transitie in te stellen als daarbij ruimte blijft voor oude denkwijzen, technieken en werkwijzen die hebben geleid tot de huidige industriële veehouderij. De huidige landbouw en visserij is gebaseerd op vrijemarktdenken, het produceren voor de wereldmarkt en de focus op export. Nog altijd horen we dat onze Nederlandse landbouwsector de ambitie heeft om de wereld te willen voeden, nu juist door klimaatverandering (door onze eigen productiesysteem verergerd) oogstopbrengsten in andere landen onzekerder zijn geworden. Dit heeft geleid tot toenemende schaalvergroting en intensivering met alle, reeds bekende, desastreuze gevolgen op klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn. De Dierencoalitie begrijpt dat verandering niet van de een op de andere dag plaats vindt maar kan zich niet vereenzelvigen met de ruimte die de visie van de minister biedt om deze achterhaalde concepten in stand te houden. Het is noodzakelijk conservatieve tegenwerkende krachten in deze noodzakelijke systeemverandering mee te krijgen. Helaas weten wij dat een ambitieuze visie alleen daar niet de doorslag in gaat geven. Wij pleiten er dan ook voor om in de uitwerking van de visie te onderzoeken hoe deze oude concepten af te bouwen.koe in de wei wspa

 

 

 

[1] https://www.ru.nl/nieuws-agenda/nieuws/vm/iwwr/2018/nederland-dramatische-afname-insecten/

[2] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0308597X15003206