Convenant onverdoofd slachten zorgt voor meer dierenleed. Dierencoalitie pleit voor onmiddellijk verbod.

De nieuwe regels van het convenant over de onverdoofde slacht, die per 1 januari jl. In werking zijn getreden, werken niet en zullen leiden tot een toename van het aantal dieren dat onverdoofd wordt geslacht. Daarvoor vreest de Dierencoalitie, een samenwerkingsverband van 14 dierenwelzijnsorganisaties.

Op de eerste dag van de koosjere slacht dit jaar bleek dat geen enkel rund binnen de vereiste periode van 40 seconden na het toedienen van de halssnede zijn bewustzijn had verloren, waardoor de dieren alsnog zijn afgeschoten en het vlees werd afgekeurd. Dit zegt mr. Herman Loonstein in januari 2018 in een artikel in het Reformatorisch Dagblad. Vanwege het convenant zal op jaarlijkse basis het vlees van duizenden dieren worden afgekeurd omdat het niet zal voldoen aan de eisen van de koosjere slager. Om toch de vraag naar koosjer vlees te voorzien zal dit in de praktijk betekenen dat er meer dieren aangevoerd worden voor de onverdoofde slacht en op gruwelijke wijze aan hun einde komen.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onverdoofd ritueel slachten veel pijn, leed en stress met zich meebrengt. Een initiatiefwet van Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren om het onverdoofd slachten te verbieden kon in 2011 rekenen op de steun van een meerderheid van de Tweede Kamer, maar werd uiteindelijk tegengehouden door de Eerste Kamer. Een verbod kwam er niet.

40-secondenregel

Sinds 1920 zijn dieren, bestemd voor de slacht wettelijk beschermd door de verplichting om dieren voorafgaande aan de slacht te verdoven. Deze bescherming geldt niet voor dieren die ritueel worden geslacht en het convenant heeft hier geen verandering in gebracht. De 40-secondenregel, die als basis geldt voor het convenant, regelt dat een dier zonder verdoving aangesneden mag worden. Als na 40 seconden blijkt dat het dier nog niet bewusteloos is, moet verdoving worden toegepast. Hiermee is het 40 seconden lijden en het leveren van een doodstrijd wettelijk toegestaan.

Bij bewustzijn

De ooglidreflex wordt gebruikt om te bepalen of een dier nog bij bewustzijn is. De controle van de ooglidreflex werkt volgens deskundigen van de Wageningen Universiteit in 85 procent van de gevallen echter niet als indicator. Diezelfde deskundigen stellen tevens vast dat de vier overige beschikbare methoden, eveneens niet werkbaar zijn. Zo reageert het merendeel van de dieren, nadat de halssnede is toegediend niet meer op een pijnprikkel, terwijl aan de hersenactiviteit te zien is dat het dier nog wel bij bewustzijn is. Ook de reactie op dreiging is moeilijk te pijlen vanwege de hoeveelheid bloed die over het oog stroomt. Daarnaast is het door de manier waarop de dieren gefixeerd zijn niet mogelijk om de oprichtreflex te observeren. Dit geldt ook voor de controle op ritmische ademhaling die bovendien niet kan worden waargenomen door beweging van de mond of de neus omdat de luchtpijp is doorgesneden.

De keuze voor een andere indicator voor bewusteloosheid, zoals Loonstein in het artikel in het Reformatorisch Dagblad bepleit, maakt geen verschil want ook dan zal niet binnen de vereiste 40 seconden kunnen worden vastgesteld dat het dier bewusteloos is. Het convenant leidt tot meer dierenleed en meer onverdoofde slachtingen. Voor de Dierencoalitie is de enige oplossing dan ook voor een onmiddellijk en algeheel verbod op het onverdoofd slachten.

Foto Martien Versteegh