Provinciale Statenverkiezingen; stem diervriendelijk

Op 20 maart a.s. gaan de stembussen in Nederland open voor de Provinciale Statenverkiezingen. Tijdens deze verkiezingen mag jij stemmen op een volksvertegenwoordiger die opkomt voor de belangen van dieren in jouw provincie. Dit is echter niet de enige reden waarom jouw stem in deze verkiezingen zo belangrijk is voor dieren.

De Provinciale Statenleden die gekozen gaan worden, zullen de 75 leden van de Eerste Kamer kiezen. De Eerste Kamer is een belangrijk orgaan binnen ons democratisch bestel. Het is namelijk de Eerste Kamer die de doorslaggevende stem heeft of een wet uiteindelijk wel of niet aangenomen wordt. Denk aan de wet op het onverdoofd slachten die in de Eerste Kamer werd weggestemd. Een diervriendelijke meerderheid in de Eerste Kamer is voor dieren dus essentieel. Met de Provinciale Statenverkiezingen kun jij indirect invloed uitoefenen op het samenstellen van deze diervriendelijke meerderheid in de Eerste Kamer.

Check daarom voor de verkiezingen de verschillende verkiezingsprogramma’s en stem op de partij die het meeste aandacht schenkt aan de volgende thema’s:

 

 

  1. Provincie, stel een Gedeputeerde Dierenwelzijn aan: In een aantal provincies zijn er Gedeputeerden met een aparte portefeuille Dierenwelzijn. Dit is belangrijk omdat in elke provincie kwesties spelen waar de belangen van dieren meegewogen zouden moeten worden in de besluitvorming. Het aanstellen van een eindverantwoordelijke op dierenwelzijn kan hier een positieve bijdrage aan leveren.

 

  1. Uitbreiden van de natuur en de leefomgeving van dieren:De natuur staat onder druk en daarmee de leefomgeving van dieren. De toenemende verstedelijking heeft geleid tot het versnipperen van natuurgebieden. Hierdoor is het moeilijker voor dieren om te migreren van het ene gebied naar het andere om bijvoorbeeld voedsel te vinden. Het ‘opsluiten’ van dieren in gebieden kan leiden tot inteelt en voedselgebrek waardoor de plaatselijke soort afzwakt en vatbaar kan worden voor ziekten.

 

  1. Vervang de jacht door preventieve, diervriendelijke oplossingen:Het dierenleed bij de jacht is immens groot. Dieren slaan op de vlucht en lopen het risico op wegen of in bewoonde gebieden terecht te komen met alle gevolgen van dien. Jongen blijven soms moederloos achter en dieren lijden onnodig omdat ze niet bij het eerste schot zijn gedood. Ondanks een aangenomen motie op een landelijk verbod op afschot van zwerfkatten, zijn er toch provincies die jacht op zwerfkatten toestaan. Gelukkig pleiten sommige Provinciale partijen voor een jachtvrije provincie. Bij schade of overlast van bijvoorbeeld ganzen kunnen preventieve, diervriendelijke oplossingen worden ingezet zonder dat hierbij dieren hoeven te worden gedood.

 

  1. De wolf is welkom: De eerste wolf heeft zich officieel (per 1 februari) gevestigd in Nederland. Provincies dienen gezamenlijk beleid op te stellen en deze versneld in te voeren. Dit beleid moet zowel de de wolf als schapen bescherming bieden. Schapenhouders dienen ruimhartig door provincies te worden ondersteund bij de invoering van effectieve beschermingsmaatregelen. De provincie moet, in samenwerking met het platform Wolven in Nederland, objectieve voorlichting geven om zorgen in de maatschappij en sector weg te nemen. Het oprichten van een predatoren werkgroep ter voorbereiding op de terugkeer van andere predatoren zoals de goudjakhals, samen met het ministerie en natuur- en dierenwelzijnsorganisaties is wenselijk.

 

  1. Geen vergunningen meer voor megastallen:In 2013 telde Nederland ongeveer 800 megastallen. Dit betekent dat er in één stal meer dan 220.000 vleeskuikens, of meer dan 7.500 vleesvarkens of meer dan 1.500 geiten leven. Met dergelijke aantallen is het onmogelijk om zorg te dragen voor het individuele dier. Deze dieren komen nooit buiten, krijgen geen daglicht of frisse lucht en kunnen hun natuurlijke gedrag niet vertonen. Deze mega-industriële fabrieken zouden in Nederland geen plaats mogen krijgen.

 

  1. Stop de groei van de geitenhouderij: Er zijn al enkele provincies die een stop hebben afgekondigd op de uitbreiding en groei van de geitensector. En dit is niet verwonderlijk: als omwonende van een geitenbedrijf is er een verhoogde kans op longontsteking en loop je andere mogelijke gezondheidsrisico’s. Voor dieren is het echter ook geen pretje, vooral niet voor de mannelijke bokjes.Door gebrek aan zorg, stress door transport en hoge ziektedruk sterven veel van deze bokjes vroegtijdig.De NVWA sprak in 2017 van schrijnend dierenleed op de helft van de Nederlandse bokkenmesterijen.

 

  1. Intensieve landbouw moet plaatsmaken voor natuur-inclusieve landbouw:Er is steeds meer bewustwording over het feit dat de intensieve landbouw voor grote problemen zorgt voor het klimaat, natuur en milieu en veel dierenleed veroorzaakt. Het is nu tijd om de omslag te maken naar een natuur-inclusieve landbouw met respect voor klimaat, natuur, milieu en dieren. Streekproductie zonder gif, gesloten kringlopen, mest afzetten op eigen bodem en dieren de gelegenheid geven om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Dit betekent dat koeien grazen, kippen stofbaden nemen, geiten klimmen, eenden zwemmen, varkens wroeten en vissen zwemmen in natuurlijke wateren en niet opgesloten zitten in bakken in kwekerijen.

 

  1. Heb aandacht voor hittestress bij dieren die buiten lopen: In het kader van klimaatverandering zal ook Nederland te maken krijgen met extreme weersomstandigheden. Om dierenleed te voorkomen, moet de provincie de aanplant van (eetbare) bomen en de bouw van schuilstallen stimuleren om dieren die buiten lopen beschutting te bieden bij extreem weer.

 

  1. Stimuleer de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten:De provincie heeft een belangrijke taak in de transitie van minder dierlijke naar meer plantaardige eiwitten. Een meer plantaardig dieet is beter voor dieren maar ook voor de volksgezondheid, het klimaat en de toenemende vraag naar voedsel. De provincie kan (stoppende) veehouders stimuleren om over te stappen op plantaardige teelt en innovatieve gewassen zoals bonen, oesterzwammen en andere paddenstoelen. De provincie kan zelf het goede voorbeeld geven door het plantaardig consumptiepatroon in eigen overheidsinstanties te stimuleren door het serveren van vegetarische en veganistische producten.

10. De provincie werkt alleen samen met banken die goed scoren op de Eerlijke Bankwijzer. Het afgelopen jaar bleek uit onderzoek dat Nederlandse banken miljarden investeren in dierenleed door bedrijven te financieren met uitermate lage dierenwelzijnsnormen. Op enkele bedrijven was zelfs sprake van ernstige dierenmishandeling. Gelukkig zijn er ook banken die alleen maar investeren in duurzame initiatieven die een positieve impact hebben op de wereld. Provincies moeten waar mogelijk een keuze maken voor financiële instellingen die een diervriendelijk financierings- en/of beleggingsbeleid hebben. Waar dat niet mogelijk is, moeten provincies in gesprek gaan met de financiële instellingen om hen te bewegen een scherper dierenwelzijnsbeleid te voeren.

 

Actieplan Stalbranden schiet tekort; Minister, kom nu met maatregelen

Ook 2018 bleek een rampjaar: ruim 122.000 dieren in de vee-industrie kwamen om het leven door stalbranden.  Het Actieplan stalbranden is er niet in geslaagd om een sterke reductie van slachtoffers te bereiken en daarom is actie nodig vanuit de overheid. De Dierencoalitie pleit in een brief aan de Tweede Kamer voor wettelijke maatregelen die het leven van dieren kunnen sparen bij het uitbreken van een brand.

In de afgelopen drie jaar zijn er ruim 2,5 keer zoveel dieren omgekomen bij stalbranden als de drie jaar ervoor. Van Woudenberg tot Willemstad en van Didam tot Scherpenzeel en Barneveld… Duizenden kippen, varkens, koeien, paarden en kalfjes kwamen om in hun stal doordat ze verbrandden of stikten door de rook. In 2018 alleen stierven 122.000 dieren een onnodige dood – een aantal dat vergelijkbaar is met het aantal inwoners van een stad als Maastricht of Leiden.

Zeer grote kans

Bij het uitbreken van een brand blijken dieren relatief een zeer groot risico te lopen om door brand om het leven te komen. De kans dat een dodelijke brand uitbreekt in een stal is tientallen tot honderden keren groter dan dat er een dodelijke brand uitbreekt in een woning. Voor pluimveestallen is de kans zelfs bijna 500 (!) keer groter.

Bron foto: Wakker Dier

Bovendien loopt het gemiddeld aantal slachtoffers bij een dodelijke stalbrand in de duizenden, bij dodelijke woningbranden ligt dit net boven de één.

Dieren redden door maatregelen

De focus in Actieplan 2012-2016 en Actieplan 2018-2022 ligt op preventie en, in mindere mate, het beheersen van ontstane branden. Dat is niet genoeg. Er zijn ook maatregelen nodig om in geval van brand de dieren te evacueren. De Dierencoalitie is ervan overtuigd dat we tienduizenden dieren van een verschrikkelijke dood kunnen redden als deze maatregelen worden genomen:

  • Verplichte rookmelders in technische ruimtes en bij elektrische apparatuur;
  • Verplichte sprinklerinstallatie in technische ruimte;
  • Verplichte vernevelingsinstallaties in de stallen;
  • Adequate blusvoorzieningen;
  • Verplichte bliksemafleider;
  • Betere compartimentering;
  • Evacuatiemogelijkheden.

De kosten hiervan kunnen worden doorberekend in de consumentenprijs – bijvoorbeeld via een fonds – zodat deze niet worden afgewenteld op de veehouder. Zo kunnen we samen dierenlevens redden en dragen consumenten van dierlijke producten een gedeelde verantwoordelijkheid.

Sea First Foundation sluit zich aan bij de Dierencoalitie

Met trots verkondigen wij dat Sea First Foundation per 1 januari 2019 lid is geworden van de Dierencoalitie. Sea First Foundation is een stichting die streeft naar een wereld waarin de mensheid de oceanen erkent als essentieel voor al het leven en actie onderneemt om deze te beschermen en te koesteren. De toetreding van Sea First Foundation tot de Dierencoalitie is een nieuwe stap tot meer samenwerking om zeeën en oceanen beter te beschermen en meer politieke aandacht te genereren voor het welzijn van vissen en andere zeedieren.

Sea First Foundation richt zich op bewustwording en educatie. De belangrijkste doelgroep voor Sea First Foundation zijn kinderen en jongeren want zij zijn de ‘volwassenen van de toekomst’. Daarnaast organiseert Sea First Foundation ook acties en lezingen voor het brede publiek.

Belangrijke onderwerpen hierbij zijn:

  • Het belang van de zee
  • Visserij en aquacultuur
  • Vervuiling op zee en stranden
  • Klimaatverandering en verzuring van de zeeën en oceanen
  • Het welzijn van zeedieren
  • De consumptie van vis en schaaldieren in relatie tot de volksgezondheid

De Dierencoalitie verwelkomt Sea First Foundation.

Website: https://www.seafirst.nl

 

Geachte leden van de Tweede Kamer,

Deze week debatteert uw Kamer over de Begroting LNV. De visie van minister Schouten op de toekomst van de Nederlandse landbouw- en voedselsector zal in dit debat ook aan bod komen. De minister erkent de urgentie om de landbouw en visserij te herstructureren. Te lang hebben economische belangen en korte termijn denken de vorm en wijze van voedselproductie bepaalt wat ten koste is gegaan van dierenwelzijn, natuur en biodiversiteit[1]. De Dierencoalitie is het met de conclusie van de minister eens dat het huidige voedselsysteem uit balans is en de draagkracht van de aarde overschrijdt. Nadat wetenschappelijke autoriteiten zoals de WRR, PBL, Raad voor de Leefomgeving en maatschappelijke organisaties herhaaldelijk hebben gepleit voor een drastische herziening op het productiesysteem, omdat deze niet toekomstbestendig is, neemt deze minister de verantwoordelijk om deze transitie aan te kondigen. Wij zijn positief dat er binnen de visie expliciet aandacht is voor de bodem, natuurinclusieve landbouw en de herwaardering voor voedsel.

De Dierencoalitie heeft echter een aantal zorgen over het ontbreken van een aantal fundamentele aspecten in de visie van de minister. Deze zorgen hebben betrekking op de volgende zaken:

  • Geef kringlooplandbouw een definitie waarin de begrippen dierenwelzijn, natuur en ecologie verankerd zijn

Een kringloop is ook binnen het huidige landbouwsysteem snel gemaakt; het gebruiken van melkpoeder als restproduct van kaas voor kalveren zou men kunnen definiëren als zijnde kringlooplandbouw. Terwijl de kalverhouderij een tak is waar het antibioticagebruik, de uitstoot van geur, ammoniak en fijnstof hoog is en door de afname van weidegang een industrieel karakter heeft. De ellenlange kalvertransporten zijn ons een doorn in het oog.

De Dierencoalitie acht het onwenselijk om deze negatieve aspecten te verpakken in het frame kringlooplandbouw en daarmee politieke goedkeuring te geven aan een sector waarover de maatschappelijke kritiek hoog is. Wat de Dierencoalitie betreft is, kan kringlooplandbouw geen incrementeel onderdeel zijn van het huidige landbouwsysteem en mag dus ook geen rechtvaardiging bieden om het huidige systeem voort te zetten. Wij pleiten dan ook voor het opstellen van een integrale definitie en deze voor te leggen aan maatschappelijke klimaat-, natuur- en dierenwelzijnsorganisaties om het maatschappelijk draagvlak te toetsen.

  • Verspil niet langer de ecologische functie van dieren en laat dieren hun natuurlijk gedrag weer uitoefenen

Binnen de huidige landbouw en visserij worden dieren die in de natuur leven vooral gezien als schadeposten met als gevolg dat ze worden bestreden. ‘Schadelijke’ insecten worden bestreden met landbouwgif en de vos wordt beschuldigd van het leegroven van kippenhokken en de afname van weidevogels. De Dierencoalitie pleit om meer te kijken naar de ecologische functie van dieren; een landbouwsysteem waarin de natuur en haar inwoners worden omarmt in plaats van de dieren en de natuur als vijand te zien.

Dieren binnen het landbouwsysteem worden in de discussie over kringlooplandbouw vooral gezien als verwerkers van reststromen en producenten van organische mest. Hiermee gaan wetenschappers, politici en beleidsmakers voorbij aan de onmiskenbare functie die de natuur aan dieren gegeven heeft. Het huidige industriële systeem gebruikt zware machines om de akkers te ploegen. Deze zware tractoren verdichten de bodemstructuur, vernietigen het bodemleven waardoor de bodemkwaliteit verslechterd. Dit terwijl de natuur varkens inzet als ploegers van de bodem zonder dat zij daar schade aan toebrengen. Het inzetten van varkens op akkers is niet alleen beter voor het dierenwelzijn maar het bespaart ook fossiele brandstof, behoudt de natuurlijke structuur van de bodem en voorkomt dat onkruid gaat woekeren. Hetzelfde geldt voor kippen en runderen. Kippen scharrelen en zijn daarmee effectieve bestrijders tegen bepaalde insecten voor gewassen. Koeien bemesten en maaien het land.

Een transitie naar kringlooplandbouw vraagt om een einde te maken aan de verspilling van het natuurlijk gedrag en de ecologische functie van dieren, en dieren te verplaatsen van de stal naar het land.

  • Overheid, neem meer regie en laat minder aan de sector over

De minister zegt vertrouwen te hebben in de kracht van de samenleving om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. De Dierencoalitie heeft niet hetzelfde vertrouwen. In de laatste jaren is gebleken dat de sector onvoldoende in staat is om de maatschappelijke eisen, zoals bijvoorbeeld het beëindigen van het knippen van varkensstaarten, keizersneden bij dikbilrunderen of weidegang voor alle koeien te borgen middels zelfregulering. Dit geldt ook voor de visserij; in 2015 stond Nederland nog steeds op nummer 3 in de lijst van overbevissing[2] en initiatieven ten behoeve van vissenwelzijn komen in de sector maar moeizaam op gang.

De Dierencoalitie is van mening dat de transitie naar kringlooplandbouw alleen gaat lukken als de overheid een stevige rol inneemt in het opstellen van nieuwe spelregels. Zo zullen maatschappelijke kosten in de prijs van voedsel verwerkt moeten worden en maatregelen zoals een vlees- en zuiveltaks niet langer taboe meer zijn. 

  • Zorg ervoor dat de doelen in het klimaatakkoord, biodiversiteitsplan en voedselbeleid integraal op elkaar afgestemd zijn en verbind hier een tijdspad aan

De fosfaatregelgeving is het voorbeeld van een opeenstapeling van wetgeving en iedereen is het er over eens dat de effecten van het loslaten van de melkquota zeer negatief zijn geweest. Laat dit een les zijn voor de toekomst. Mits de overheid de klimaat- en biodiversiteitsplannen afstemt op het landbouw- en visserijbeleid, ligt hier hetzelfde risico op de loer. De Dierencoalitie stelt voor om onduidelijkheid in de visie weg te nemen door deze in een uitvoeringsagenda te koppelen aan duidelijke grenzen en doelen én een tijdspad voor de lange termijn. Dit betekent ook dat communicatie vanuit politiek en overheid richting de voedselketen eerlijk moet zijn waaronder toegeven dat een drastische inkrimping van de veestapel onvermijdelijk is in deze transitie.

Het motto van de minister bij de opzet van kringlopen is: ‘lokaal wat kan, regionaal of internationaal wat moet’. Naar onze opinie is voortzetting van internationale kringlopen gezien de enorme uitdagingen waar we als mensheid voor staan, moreel niet meer te verantwoorden. Immers als alle externaliteiten in de ketens worden meegenomen, bieden internationale kringlopen geen marginale kostenvoordelen. Om te voorkomen dat we bodem, water en grondstoffen uitputten en de temperatuur op aarde onaanvaardbaar verhogen hebben we vele en meer lokale kringlopen nodig.

  • Geef de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten een prominente plaats in de voedselvisie

De Dierencoalitie ondersteunt de visie van de Minister dat verkleining van onze landbouwsector via de koppeling van agrarische bedrijfsvoering en de grond die voor landbouw beschikbaar is, noodzakelijk is. Daarin steunt zij ook de visie op noodzaak om verspilling tegen te gaan en noodzaak van verduurzaming van de ketens door veevoeders in NL zelf te produceren. In de visie van minister Schouten ontbreekt echter de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten. De Dierencoalitie vindt dit opmerkelijk aangezien het Planbureau voor de Leefomgeving in 2016 al heeft aangegeven dat ’Het productieproces van plantaardige eiwitten zoals peulvruchten efficiënter is dan de productie van dierlijke eiwitten, waardoor grondstoffen optimaler worden gebruikt.’ Een verschuiving in het voedingspatroon naar minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten heeft tot gevolg dat er minder grondstoffen nodig zijn en past daarmee bij een circulair voedselsysteem (Rood et al., 2016). Andere landen zijn tevens bezig met klimaatafspraken van Parijs dus een matiging van vleesconsumptie zal mondiaal plaatsvinden om aan de klimaatdoelen te kunnen voldoen. De Dierencoalitie pleit er dan ook voor om de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten in de kringlooplandbouw een centrale positie te geven.

  • Bouw oude concepten af die hebben geleid tot het huidige industriële systeem

Het is onmogelijk om een transitie in te stellen als daarbij ruimte blijft voor oude denkwijzen, technieken en werkwijzen die hebben geleid tot de huidige industriële veehouderij. De huidige landbouw en visserij is gebaseerd op vrijemarktdenken, het produceren voor de wereldmarkt en de focus op export. Nog altijd horen we dat onze Nederlandse landbouwsector de ambitie heeft om de wereld te willen voeden, nu juist door klimaatverandering (door onze eigen productiesysteem verergerd) oogstopbrengsten in andere landen onzekerder zijn geworden. Dit heeft geleid tot toenemende schaalvergroting en intensivering met alle, reeds bekende, desastreuze gevolgen op klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn. De Dierencoalitie begrijpt dat verandering niet van de een op de andere dag plaats vindt maar kan zich niet vereenzelvigen met de ruimte die de visie van de minister biedt om deze achterhaalde concepten in stand te houden. Het is noodzakelijk conservatieve tegenwerkende krachten in deze noodzakelijke systeemverandering mee te krijgen. Helaas weten wij dat een ambitieuze visie alleen daar niet de doorslag in gaat geven. Wij pleiten er dan ook voor om in de uitwerking van de visie te onderzoeken hoe deze oude concepten af te bouwen.koe in de wei wspa

 

 

 

[1] https://www.ru.nl/nieuws-agenda/nieuws/vm/iwwr/2018/nederland-dramatische-afname-insecten/

[2] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0308597X15003206

Maak een einde aan lijden van dieren bij diertransporten

Onder de noemer van handel en economie gaan jaarlijks miljoenen dieren in overvolle vrachtwagens naar het binnen- of buitenland om daar afgemest of geslacht te worden. Pasgeboren bokjes en kalfjes gaan met een leeftijd van respectievelijk 7 en 14 dagen op transport. Ze zijn dan nog volledig afhankelijk van moedermelk en van een goede weerstand en een robuust immuunsysteem is dan lang nog geen sprake. Dit lot geldt ook voor jonge kuikens, biggen en konijnen. Naast de vatbaarheid voor ziekten gaat het vangen, opdrijven en transport gepaard met stress, pijn en lijden vanwege extreme temperaturen, overvolle wagens of gebrek aan rust, water en voedsel. Het gebeurt teveel dat dieren verwondingen en botbreuken oplopen tijdens het proces en soms zelfs doodgaan tijdens het transport. Helaas geldt dit ook voor de dagelijkse transporten van miljoenen oudere dieren.

De dierencoalitie wil:

  • Dat lange afstandstransporten vervangen worden door het vervoer van vlees en karkassen
  • De leeftijd van transport verhogen totdat het immuunsysteem ontwikkeld is
  • Dieren voor transport moeten gekeurd worden door een dierenarts op het moment dat ze in de wagen worden gelaten en niet uren daarvoor in de stal.
  • Dat het gebruik van elektrische prikstokken verboden wordt bij het opdrijven en de slacht
  • Dat het vangen van kippen op een diervriendelijke manier gebeurd (Zweedse methode)
  • Alle dieren, inclusief kalkoenen, moeten zich tijdens transport kunnen opheffen en staan.
  • Korte reistijden
  • Meer controles op rusttijden, bezetting en mogelijkheid voor dieren om te drinken
  • Tijdens rustperioden moeten dieren kunnen rusten. Dieren moeten uitgeladen worden zodat zij hun benen kunnen strekken en kunnen eten.

Open brief aan Gedeputeerde Staten van Flevoland ten aanzien van de Oostvaardersplassen

 

Geachte Gedeputeerde Staten van de Provincie Flevoland,

 

De Dierencoalitie, een samenwerkingsverband van dierenwelzijnsorganisaties met een gezamenlijke achterban van ruim een half miljoen donateurs, heeft vernomen dat Gedeputeerde Staten zich bewust is van het maatschappelijke debat en de aandacht rond het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen. Tevens hebben wij vernomen dat Gedeputeerde Staten zich wil inzetten voor een democratisch proces alvorens het nemen van een besluit. In dat kader willen wij u het volgende voorleggen, ervan uitgaande dat u onderstaande argumenten meeneemt in de invulling van het toekomstig beheer van de Oostvaardersplassen en het nieuwe voorstel hierover.

De betrokken organisaties binnen de Dierencoalitie, nemen nadrukkelijk afstand van het advies van de commissie Van Geel. De voorstellen die hier uit zijn voort gekomen, achten wij dieronvriendelijk en niet coherent met de toenemende maatschappelijke roep om een duurzaam en diervriendelijk beheer.

Met name het voorstel om 1160 gezonde grote grazers en hun pasgeboren jongen af te schieten is voor ons onacceptabel. Tevens kan het voorstel om het huidige leefgebied te verkleinen niet op onze instemming rekenen. Het aanleggen van migratie- en verbindingsroutes en het uitbreiden van het leefgebied zou juist het welzijn van de grote grazers verbeteren en hun kansen op overleving vergroten.

De betrokken organisaties binnen de Dierencoalitie pleiten ervoor dat in de toekomstplannen wordt uitgegaan van de natuurlijke mogelijkheden van het aangewezen gebied. Dieren die zich in dat gebied willen vestigen, zouden dat op eigen kracht moeten kunnen doen. De huidige grazers moeten hierbij de mogelijkheid krijgen om op diervriendelijke en natuurlijke wijze hun leven te kunnen leven.

Bron Foto RTL NIeuws

 

Open brief aan Ineke van Gent over het gebruik van een haan in Kallemooi

Geachte mevrouw van Gent,

De Dierencoalitie, een samenwerkingsverband van dierenwelzijnsorganisaties met een achterban van ruim een half miljoen donateurs, heeft met teleurstelling vernomen dat ook dit jaar tijdens Pinksteren een levende haan drie dagen, op 18 meter hoogte in een mand aan een mast gehangen wordt.

De betrokken organisaties binnen de Dierencoalitie zijn van mening dat het welzijn van de desbetreffende haan ernstig wordt aangetast en achten het gebruik van dieren, enkel voor het publiekelijke vermaak, niet meer van deze tijd. Het ophijsen en opsluiten van een haan in een mand, zonder dat rekening wordt gehouden met de fysiologische en ethologische behoeften van een dier, is rechtstreeks in strijd met de Wet Dieren en het Besluit Houders van Dieren.

De Dierencoalitie sluit zich aan bij het voorstel van Karen Soeters van Animals Today om, in plaats van een levende haan, kinderen binnen het primair onderwijs een haan te laten tekenen en deze in de mand te stoppen. Het integreren van een tekenwedstrijd in een thematisch project voor lokale scholen uit de omgeving ziet de Dierencoalitie bij uitstek als een kans om de toekomstige generatie te leren dat de omgang met dieren respectvol dient te zijn. Daarbij worden lokaal cultuurhistorische waarden benaderd vanuit een duurzaam en diervriendelijk perspectief. Iets wat u als GroenLinks-boegbeeld toch zeker moet aanspreken.

Wij vertrouwen erop dat dit voorstel binnen de coalitie besproken zal worden en dat dit zal leiden tot een fundamentele herziening in het beleid ten aanzien van het gebruik van dieren ter vermaak van mensen. Graag ontvangen wij vóór Pinksteren een reactie van u.

Met vriendelijke groet,

De betrokken organisaties binnen de Dierencoalitie.

 

 

 

 

 

Bron foto: Petitie #helpdehaan Animals Today

Dierenwelzijn is op lokaal niveau een ‘ondergeschoven kindje’

Dierencoalitie roept op dierenwelzijn een centrale plek te geven in het coalitieakkoord

Lokale, politieke partijen blijven ver achter op het gebied van dierenwelzijn. Waar debatten over dieren of dierenwelzijn met enige regelmaat op de agenda staan van de Tweede Kamer, gebeurt dit op lokaal niveau nog onvoldoende. Alleen de grote steden vormen hierop een uitzondering. Dit blijkt uit een onderzoek van de Dierencoalitie onder negen gemeenten. Daarom roept het samenwerkingsverband van dierenbeschermingsorganisaties de nieuwe coalities op om dierenwelzijn centraal te stellen in het gemeentelijke coalitieakkoord.

“Het belang dat politieke partijen zeggen te hechten aan het welzijn van dieren komt niet overeen met het beleid van hun lokale afdelingen,” aldus onderzoeker Jenske Vos.

In de verkiezingsprogramma’s voor de laatste Tweede Kamerverkiezingen werd dierenwelzijn regelmatig aangehaald. Ook uit vergaderstukken en moties blijkt dat het onderwerp in de Tweede Kamer wordt besproken. Maar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van vorige maand lijkt dit, als het überhaupt al ter sprake is gekomen, een minimale rol te hebben gespeeld. Vooral in de kleinere (plattelands)gemeenten laat dit te wensen over.

Uit het rapport ‘‘Gemeenten en hun vergeten bewoners’ blijkt dat er tussen gemeenten onderling grote verschillen zijn en dat over het algemeen dierenwelzijn op lokaal niveau een ondergeschoven kindje is. Om hier verandering in te brengen, zou het volgens de Dierencoalitie een goede eerste stap zijn als gemeenten een Nota Dierenwelzijn zouden opstellen en er een wethouder installeren met een portefeuille dierenwelzijn.

Convenant onverdoofd slachten zorgt voor meer dierenleed. Dierencoalitie pleit voor onmiddellijk verbod.

De nieuwe regels van het convenant over de onverdoofde slacht, die per 1 januari jl. In werking zijn getreden, werken niet en zullen leiden tot een toename van het aantal dieren dat onverdoofd wordt geslacht. Daarvoor vreest de Dierencoalitie, een samenwerkingsverband van 14 dierenwelzijnsorganisaties.

Op de eerste dag van de koosjere slacht dit jaar bleek dat geen enkel rund binnen de vereiste periode van 40 seconden na het toedienen van de halssnede zijn bewustzijn had verloren, waardoor de dieren alsnog zijn afgeschoten en het vlees werd afgekeurd. Dit zegt mr. Herman Loonstein in januari 2018 in een artikel in het Reformatorisch Dagblad. Vanwege het convenant zal op jaarlijkse basis het vlees van duizenden dieren worden afgekeurd omdat het niet zal voldoen aan de eisen van de koosjere slager. Om toch de vraag naar koosjer vlees te voorzien zal dit in de praktijk betekenen dat er meer dieren aangevoerd worden voor de onverdoofde slacht en op gruwelijke wijze aan hun einde komen.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onverdoofd ritueel slachten veel pijn, leed en stress met zich meebrengt. Een initiatiefwet van Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren om het onverdoofd slachten te verbieden kon in 2011 rekenen op de steun van een meerderheid van de Tweede Kamer, maar werd uiteindelijk tegengehouden door de Eerste Kamer. Een verbod kwam er niet.

40-secondenregel

Sinds 1920 zijn dieren, bestemd voor de slacht wettelijk beschermd door de verplichting om dieren voorafgaande aan de slacht te verdoven. Deze bescherming geldt niet voor dieren die ritueel worden geslacht en het convenant heeft hier geen verandering in gebracht. De 40-secondenregel, die als basis geldt voor het convenant, regelt dat een dier zonder verdoving aangesneden mag worden. Als na 40 seconden blijkt dat het dier nog niet bewusteloos is, moet verdoving worden toegepast. Hiermee is het 40 seconden lijden en het leveren van een doodstrijd wettelijk toegestaan.

Bij bewustzijn

De ooglidreflex wordt gebruikt om te bepalen of een dier nog bij bewustzijn is. De controle van de ooglidreflex werkt volgens deskundigen van de Wageningen Universiteit in 85 procent van de gevallen echter niet als indicator. Diezelfde deskundigen stellen tevens vast dat de vier overige beschikbare methoden, eveneens niet werkbaar zijn. Zo reageert het merendeel van de dieren, nadat de halssnede is toegediend niet meer op een pijnprikkel, terwijl aan de hersenactiviteit te zien is dat het dier nog wel bij bewustzijn is. Ook de reactie op dreiging is moeilijk te pijlen vanwege de hoeveelheid bloed die over het oog stroomt. Daarnaast is het door de manier waarop de dieren gefixeerd zijn niet mogelijk om de oprichtreflex te observeren. Dit geldt ook voor de controle op ritmische ademhaling die bovendien niet kan worden waargenomen door beweging van de mond of de neus omdat de luchtpijp is doorgesneden.

De keuze voor een andere indicator voor bewusteloosheid, zoals Loonstein in het artikel in het Reformatorisch Dagblad bepleit, maakt geen verschil want ook dan zal niet binnen de vereiste 40 seconden kunnen worden vastgesteld dat het dier bewusteloos is. Het convenant leidt tot meer dierenleed en meer onverdoofde slachtingen. Voor de Dierencoalitie is de enige oplossing dan ook voor een onmiddellijk en algeheel verbod op het onverdoofd slachten.

Foto Martien Versteegh

 

 

 

 

 

Het nieuwe regeerakkoord en dierenwelzijn

10 oktober 2017

Vanmiddag hebben de partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hun regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst 2017-2021’ gepresenteerd. De Dierencoalitie zet voor u de belangrijkste punten op een rij:

 

 

 

 

 

(Bron: NOS)

 

Dierenwelzijn

Het woord ‘dierenwelzijn’ komt in totaal zeven keer voor in het regeerakkoord. Drie keer als titel van een paragraaf en vier keer in de context van het produceren van voedsel.

Klimaat

Het nieuwe kabinet heeft een Klimaatwet aangekondigd waarmee een reductie van 49 procent in 2030 behaald moet worden. Het kabinet neemt in zijn doelstellingen ook de emissies vanuit de veehouderij mee. De twee focusgebieden hierbij zijn het verminderen van de methaanuitstoot en het ‘slimmer’ gebruiken van land. Het kabinet gaat echter uit van technische maatregelen zoals mestverwerking en voeraanpassingen in tegenstelling tot het verkleinen van de veestapel. De Dierencoalitie vreest dat hiermee meer ruimte ontstaat voor megastallen, het doorfokken van dieren en verdere intensivering en industrialisering van de vee-industrie. Er is sprake van kortzichtigheid als de coalitiepartners menen dat het klimaatprobleem alleen maar aangepakt hoeft te worden binnen eigen landsgrenzen. Het kabinet zou verantwoordelijkheid moeten nemen voor de natuur- en klimaatgevolgen van de ontbossing van tropische regenwouden en het vervuilende transport van tonnen soja voor de productie van voer voor onder andere de Nederlandse veestapel.

Veehouderij

Het kabinet zet niet in op het verkleinen van de veestapel noch op het stellen van aanvullende regels op het gebied van dierenwelzijn of duurzaamheid. We gaan uit van Europese standaarden is hierbij het motto in het regeerakkoord. De wet Veehouderij en Gezondheid Omwonenden lijkt van tafel. Als het gaat om de volksgezondheid wil het kabinet met de vee-industrie en provincies om tafel. Het regeerakkoord geeft weer dat met name in Noord Brabant wordt bezien hoe een warme sanering van de varkenshouderij in belaste gebieden kan worden vormgeven. Het rijk reserveert hiervoor financiële middelen. De ACM gaat erop toezien dat boeren hogere prijzen ontvangen van afnemers die bovenwettelijke eisen stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid of dierenwelzijn.

 

De Nederlandse zeeën en visserij

Vanuit het regeerakkoord blijkt dat het kabinet voornemens is om de visser te bescherming en niet de vis. Ondanks dat pulskorvisserij kan leiden tot beschadiging of het doden van kabeljauw en andere vissen, wil het kabinet het Europese verbod op pulskorvisserij voorkomen. Ook wil het kabinet dat de aanlandplicht versoepeld wordt. De visserij krijgt 15 miljoen euro extra om te innoveren. Voor de bescherming van de Waddenzee komt één beheerautoriteit zodat bescherming van natuurgebieden beter te combineren is met visserij. Het kabinet vindt het niet nodig om visbestanden en natuur verder te beschermen tegen overbevissing. In het regeerakkoord staat expliciet beschreven dat er niet meer visgebieden gesloten zullen worden dan noodzakelijk is vanuit Europese regelgeving. Wel komen er meer kavels voor windmolens op zee. Het kustpact wordt onverkort uitgevoerd.

Diertransporten

Het kabinet gaat een verkenning uitvoeren hoe diertransporten te beperken en het dierenwelzijn tijdens transport te verbeteren. De voorstellen die hieruit voortvloeien, dienen echter voor Europese maatregelen of afspraken. Er komt dus geen nationale wetgeving voor transport tijdens extreme temperaturen, kalvertransporten of het verkorten van de transportduur.

Stalbranden

Het kabinet wil stalbranden verminderen door afspraken te maken over het bestrijden van knaagdieren en een periodieke elektrakeuring. Er staat in het regeerakkoord niets over brandveiligheidsmaatregelen zoals rookmelders of het stellen van brandwerende maatregelen aan bestaande stallen.

Weidegang

Ondanks een aangenomen motie en de maatschappelijke druk voelt het kabinet niets voor een wettelijke verplichting tot weidegang. Zij laat dit aan de industrie over.

Illegale dierenhandel

Het kabinet komt met voorstellen voor een witte lijst van bonafide hondenhandelaren. Het kabinet wil dat de illegale import van beschermde dieren stopt. Er komt een aangepaste regeling van de positieflijst van toegestane huisdieren.

Dierenmishandeling

Het kabinet laat een onderzoek uitvoeren naar het forensisch-pathologisch onderzoek bij dieren en of dit bij het Nederlands Forensisch Instituut versterkt moet worden.

NVWA

De NVWA krijgt structureel 20 miljoen voor versterking van de organisatie. Het kabinet gaat opnieuw bekijken hoe de kosten te verminderen en hoe de organisatie efficiënter kan functioneren.

De Dierencoalitie vindt de lage ambities uit het regeerakkoord onbegrijpelijk. Het regeerakkoord ademt op het gebied van dierenwelzijn nog steeds een hoog business-as-usual gehalte en dit doet geen recht aan de dierenwelzijnsproblemen die binnen Nederland bestaan. Juist in tijden van klimaatverandering, achteruitgang van biodiversiteit en een groeiend draagvlak voor dierenwelzijn zijn er, meer dan ooit, kansen voor een duurzame en diervriendelijke samenleving.  Het kabinet heeft nagelaten deze kansen op te pakken en ontneemt toekomende generaties het ‘vertrouwen in de toekomst’. Om deze reden zal de Dierencoalitie bij de politiek blijven aandringen op hogere ambities voor klimaat, natuur en dierenwelzijn.